HOUD ZIJPE LEEFBAAR

 

Bewaken van de menselijke belevingswaarde van onze leefomgeving

 

Postbus 8

 

Tel/fax.0226 383171

1755 ZG Petten

www.hzl.nl

Giro            7723817

 

Windturbines en geluid

 

Het geluid veroorzaakt door windturbines ontstaat door turbulentie van de lucht rond de tip en achterzijde van het rotorblad. Het geluid is dus sterk afhankelijk van de aard van het rotorblad. Deze kunnen per type en merk turbine sterk verschillen. Het geluid wordt weergegeven als het bronvermogenniveau van de turbine en uitgedrukt in dB(A).

Dit bronvermogenniveau verandert met de windsnelheid. Als voorbeeld:

 

Windsnelheid (m/s)

 5

 6

 7

 8

 9

 10

Bronvermogen (dB(A))

92

95

97

101

102

103

Geluid op 230 meter (dB(A))

32

36

38

41

43

43

De windsnelheden gelden op een hoogte van 10 meter boven het maaiveld. Bij een windsnel-heid groter dan 10 meter/seconde valt het geluid van de turbine weg in het omgevingsgeluid.

Indien een turbine te dicht bij een woning staat (<4x masthoogte) geldt de Algemene Maatregel van Bestuur niet en moet het referentieniveau ter plaatse worden bepaald.

Het omgevingsgeluid wordt weergegeven als het referentieniveau (L95) ter plaatse van b.v. de dichtbij zijnde woning.

 

Windsnelheid in m/s

 1

 2

 3

 4

 5

 6

 7

 8

Geluid in dB(A)

28

27

27

31

35

37

40

43

In de nacht

27

26

26

27

 

 

 

 

Op 5 juli 2005 heeft B&W een nieuwe V6 afgegeven:

V6: het equivalente geluidsniveau ( Lar,Lt), veroorzaakt door de windturbine, mag ter plaatse van een woning van derden of andere geluidgevoelige bestemming niet meer bedragen dan de in onderstaande tabel weergegeven waarden ( in dB(A)) per windsnelheidscategorie,

 

Geluidnorm in dB(A) per windsnelheid ( V-wind gemeten op 10 m hoogte)

1 m/s

2

3

4

5

6

7

8

27

26

26

31

35

37

40

43

 

 

 

Algemeen geldt dat op de gevel van woningen van derden het geluid niet meer mag bedragen

dan de waarden in de tabel. Dit wordt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau genoemd.

 

Woning ligt in een rustige woonwijk.

 

Dag

Avond

Nacht

06-19 uur

19-22 uur

22-06 uur

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

 

Richtwaarden voor woonomgevingen in een landelijke omgeving volgens “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” zijn:

 

Dag

Avond

Nacht

06-19 uur

19-22 uur

22-06 uur

40 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

 

Overschrijding van deze richtwaarden kan toelaatbaar zijn op grond van een bestuurlijk afwegingsproces. Een belangrijke rol daarbij speelt de afstand van de turbine tot de dichtsbijstaande woning(en) en het bestaande referentieniveau van het omgevingsgeluid.

 

De Universiteit van Groningen ( ir F. van den Berg) heeft vastgesteld dat er sprake is van impulsgeluid, waardoor de toelaatbare waarden met 5 dB moeten worden verlaagd. ????

Iedere 3 dB(A) meer betekent een verdubbeling van het geluid.

 

Voorbeeld voor bronvermogen en afstand. Bronvermogen: 100,6 dB(A)

 

Afstand in m

20

40

75

225

375

600

Geluid in dB(A)

60

55

50

40

35

30

 

 

Hoe hard waait de wind?

Ook is het belangrijk te weten hoe hard het waait op welke hoogte. Het kan voor komen dat de wind ’s nacht niet waait tussen 0 en 10 meter hoogte maar dat het op ashoogte wel waait. Hierdoor valt het geluid van de windturbine niet weg in het achtergrond geluid.

 

Windkracht in Beaufort

 

Bft

Benaming

Gemiddelde wind-

snelheid

Uitwerking boven land

 

 

m/s

Km/u

 

0

Windstil

<0,2

<1

Rook stijgt recht omhoog

1

Zwakke wind

0,3-1,5

1-5

Rookpluimen geven richting

2

Zwakke wind

1,6-3,3

6-11

Wind merkbaar in gezicht

3

Matige wind

3,4-5,4

12-19

Stof waait op

4

Matige wind

5,5-7.9

20-28

Haar in de war. Kleding wappert

5

Vrij krachtig

8,0-10,7

29-38

Opwaaiend stof hinderlijk in de ogen

6

Krachtig

10,8-13,8

39-49

Paraplu’s met moeite vast te houden

7

Hard

13,9-17,1

50-61

Lastig tegen de wind in te lopen of fietsen

8

Stormachtig

17,2-20,7

62-74

Voortbewegen zeer moeilijk

9

Storm

20,8-24,4

75-88

Dakpannen waaien weg

10

Zware storm

24,5-28,4

89-102

Grote schade aan gebouwen

 

 

Wat is het windaanbod over het jaar in Zijpe?

Op standaardhoogte 10 meter boven het maaiveld.

 

Windsnelheid

in m/s

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

Voorkomen

 in % v.d.tijd

1

5,5

8,3

9,6

10,2

10,1

9,6

8,6

7,6

6,4

5,4

4,3

3,5

2,6

2,1

1,5

1,2

0,7

0,5

0,4

 

Dat wil zeggen dat ruim 80% van de tijd het windaanbod lager is dan 10 m/s.

Bij een windsnelheid van circa 2,5 m/s komt een turbine op gang en bij circa 10 m/s bereikt de turbine zijn maximum vermogen. Bij een windsnelheid van 28–35 m/s op ashoogte schakelt de machine  zichzelf uit.

Een grove vuistregel stelt dat iedere 10 meter hoger de wind 10% harder waait.

 

Referentieniveau

De hoogste waarde van de niveaus, genoemd in de onderdelen a en b, bepaald overeenkomstig het Besluit bepaling referentieniveauperiode;

  1. het geluidniveau, uitgedrukt in dB(A), dat gemeten over een bepaalde periode, gedurende 95% van de tijd wordt overschreden, exclusief de bijdrage van de inrichting zelf, en
  2. het optredende equivalente geluidniveau (Laeq), veroorzaakt door wegverkeersbronnen minus 10 dB, met dien verstande dat voor de nachtperiode van 22.00 tot 06.00 uur alleen wegverkeersbronnen in rekening mogen worden gebracht met een intensiteit van meer dan 500 motorvoertuigen gedurende die periode.

 

 

Wat is het verschil tussen de WNC40-curve en het achtergrondgeluid?

 

WNC40

Grenswaarden voor windturbinegeluid volgens ‘Besluit voorzieningen en installaties Milieubeheer’. Windsnelheid op 10 meter hoogte in m/sec. Grenswaarde in dB(A).

 

m/sec

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

dB(A)

40

40

41

41

42

42

43

44

46

47

48

50

 

De ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’ geeft voor woonomgevingen in een landelijke omgeving een richtwaarde voor de nacht (22-06 uur): 30 dB(A).

 

 

 

Het omgevingsgeluid wordt weergegeven als het referentieniveau (L95) ter plaatse van b.v. de dichtbij zijnde woning. V6 voor de windturbine op Grote Sloot 158 geeft de volgende waarden.

 

Achtergrondgeluid ter hoogte van Grote Sloot 158

 

Windsnelheid in m/s

 1

 2

 3

 4

 5

 6

 7

 8

Geluid in dB(A)

28

27

27

31

35

37

40

43

In de nacht

27

26

26

27

 

 

 

 

^

De RUG heeft in 2000 ook achtergrond metingen in Wieringerwaard uitgevoerd met de volgende resultaten:

 

Windsnelheid in m/sec op 10m

0-1

1-2

2-3

3-4

4-5

5-6

6-7

7-8

8-9

L95 in dB(A) op 4,6 m

22,6

21,5

21,3

22,1

26,6

27,5

28,9

30,7

30,5

Vanaf ongeveer 12 m/s worden de gemeten niveaus (vrijwel) geheel bepaald door geluiden die met de wind samenhangen.

Van alle L95-waarden blijkt 50% beneden 30 dB(A) te liggen, 90% beneden 40 dB(A).

Verschillen van windsnelheden op 10 en 80 meter hoogte bij stabiel en onstabiel weer.

Een stabiele atmosfeer komt alleen s’nachts voor.

 

10m hoogte in m/sec

2

3

4

5

6

7

8

80m instabiel

2,3

3,5

4,6

5,8

7,4

8,6

9,8

80m stabiel

6,3

9,4

8,3

10,4

8,2

9,6

10,9

 

 

 

 

Dit verschil tussen normaal en stabiel heeft grote invloed op het brongeluid van een windturbine.

Als voorbeeld de getallen van een VESTAS V80-2MW

(Uit: Metingen van geluid en wind bij windpark Hoofdplaatpolder, RUG, nov.2007)

 

Bronsterkten in dB(A)

 

Windsnelheid op 10m

2

3

4

5

6

7

8

80m-neutraal

 

 

93,6

99,2

102,6

104,3

104,9

80m-stabiel

97,2

104,2

102,7

104,7

102,6

104,3

104,9

 

Dus vooral bij weinig wind aan de grond heeft dit verschijnsel grote effecten. Als het harder waait dan 6 m/sec. zijn de luchtlagen niet meer stabiel.

Het KNMI heeft in Den Helder gemeten; het percentage van tijd dat atmosfeer (zeer) stabiel is

Dit bleek 15% van de tijd voor te komen. Van de 360 dagen in een jaar komt dat altijd nog op 54 dagen in het jaar uit.

 

Dit verschil in windsnelheid op diverse hoogten heeft ook het zogenaamde stampen tot gevolg, ook wel als impulsachtig geluid gekenmerkt. Als dit veel voorkomt dient een impulstoeslag te worden toegepast. Deze bedraagt 5 dB(A).

 

CK 25-8-08