HOUD ZIJPE LEEFBAAR

 

Bewaken van de menselijke belevingswaarde van onze leefomgeving

 

Postbus 8

 

Tel/fax.0226 381287

1755 ZG Petten

www.hzl.nl

Giro            7723817

 

 

 

Vogels in Zijpe-Zuid

 

Verzet tegen 2600 woningen

 

Inhoud:

 

*     Inleiding

 

*     Beleidskaders

            Europees beleid:        Vogel- en Habitatrichtlijn

                                               Kaderrichtlijn luchtkwaliteit

            Nationaal beleid:       Nota Ruimte

                                               Natuurbeschermingswet

Provinciaal beleid:     Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord

                                   Milieubeleidsplan 2004-2008

                                   Cultuurhistorische Waardenkaart

Gemeentelijk beleid: Bestemmingsplan Buitengebied

 

*     Het plangebied

            Historie

            Huidige waarden

 

*     De bedreiging

 

*     Conclusie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Zijpe-Zuid wordt gevormd door Hazepolder, Polder Q en Polder L tussen de Zeewering en het Noordhollands Kanaal. Dit gebied bestaat nu nog grotendeels uit weilanden.

De Hazepolder is gedeeltelijk natuurgebied en de Abtskolk in polder Q is zelfs beschermd vogelgebied.

Het zal een ieder duidelijk zijn dat Zijpe-Zuid een ideale plaats is als broed-, foerageer-en overwinteringsplaats voor vele soorten vogels.

Dit open ruime landschap wordt echter bedreigd door grootschalige bouwplannen, het zogenaamde Marina Petten project. Aan de zeezijde wordt een haven gedacht met 2.100 gestapelde appartementen en 40.000m2 serviceruimte. In de Hazepolder nog eens 300

woningen en in polder L tenslotte 200 landgoederen.

Deze plannen zullen het landelijk en natuurlijk karakter van Zijpe-Zuid volledig verstoren.

 

Een handtekeningactie bracht binnen drie maanden ruim 700 mensen er toe zich uitdrukkelijk uit te spreken tegen een Marina-Petten complex.

De werkgroep Marina-N€€ van de vereniging Houd Zijpe Leefbaar zal zich blijvend verzetten tegen het vernietigen van onze belevingswaarden als rust, ruimte, natuur, openheid en duisternis.

 

 Polders Q en L


 

Europees beleid

 

*     Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

 

De in 1979 door de Raad van de Europese Gemeenschappen vastgestelde Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de in 1992 vastgestelde Habitatrichtlijn (92/43/EEG) hebben respectievelijk als doel: de bescherming van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitat en het bevorderen van de biologische verscheidenheid.

Beide richtlijnen hebben betrekking op zowel de bescherming van soorten als op bescherming van gebieden. Op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van Natura 2000, het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden in Europa duurzaam te beschermen.

 

Naast het aanwijzen van Speciale Beschermingszones verplicht de Vogelrichtlijn passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden voor vogels niet te verslechteren. Verder mogen er in de gebieden geen storende factoren optreden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. De Habitatrichtlijn verplicht daarnaast om bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek uit te voeren naar mogelijk aanwezige beschermde soorten.

 

Zijpe-Zuid

Noordzeekustzone is aangewezen als Speciale Beschermingszone Vogelrichtlijngebied. ( donkerblauwe zone)

 

De Raad van State heeft in haar uitspraak op 29-12-2004, nr. 200408181/1 besloten dat het gebied “De Abtskolk-De Putten” behandeld moet worden als ware het aangemerkt als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Vogelrichtlijn ten behoeve van de Dwerggans.

Anser erythropus

 

 

*     Ontwerp-besluit Aanwijzing Abtskolk & De Putten Vogelrichtlijn

Op 20 januari 2006 maakte Minister Veerman het volgende bekend:

 

Op grond van artikel 10a Natuurbeschermingswet 1998 is ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, van de Vogelrichtlijn de aanwijzing van het gebied Abtskolk en De Putten als speciale beschermingszone in voorbereiding genomen.

De voorgenomen aanwijzing vloeit voort uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De afdeling is van oordeel dat de vermelding van de Dwerggans op bijlage 1 van de richtlijn noopt tot onderzoek of voor die soort een speciale beschermingszone moet worden aangewezen.

Dit onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat het onderhavige gebied voldoet aan de selectiecriteria die voor speciale beschermingszones worden gehanteerd.

 

 

Ontwerp-besluit

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

 

Besluit:

 

Artikel 1

Als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, eerste lid, van de richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) wordt aangewezen: het op de bij dit besluit behorende kaart aangegeven gebied, bekend onder de naam : Abtskolk & De Putten.

 

 

Zijpe-zuid

De polder LQ tussen Molenweg en Hazedijk valt binnen de beschermingszone.

Dus vanaf januari 2006 geldt het nee-tenzij principe.

 

 

*     Kaderrichtlijn luchtkwaliteit

 

In september 1996 is de Europese Kaderrichtlijn luchtkwaliteit (92/62/EG) in werking getreden, waarin de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid zijn vastgelegd. Deze kaderrichtlijn is uitgewerkt in zogeheten ‘dochterrichtlijnen’ voor verschillende luchtverontreinigende stoffen. Deze dochterrichtlijnen stellen, met betrekking tot de kwaliteit van de lucht, voor luchtverontreinigende stoffen grenswaarden vast en geven plandrempels en alarmdrempels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Nationaal beleid

 

*     Nota Ruimte

 

De Nota Ruimte bevat de visie van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.

De nota bevat enkele pijlers met betrekking tot de basiskwaliteit van steden, dorpen en bereikbaarheid; borging van milieukwaliteit, externe veiligheid, waterhuishouding en cultuurhistorische waarden.

De betekenis van deze borging van de basiskwaliteit ligt in de toetsing van nieuwe ontwikkelingen op natuur, milieu, waterhuishouding en cultuurhistorische en archeologische aspecten. Bescherming en ontwikkeling van natuur, landschap en cultuurhistorie zijn dus essentieel.

Gebieden met de hoofdfunctie natuur worden begrensd met een groene contour en planologisch beschermd met een ‘nee-tenzij’ regime. In deze gebieden staat de bescherming en ontwikkeling van natuur voorop. Het gaat alleen om de Ecologische Hoofdstructuur, Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en gebieden die vallen onder de Natuurbeschermingswet.

 

NOTA RUIMTE     Ruimte voor ontwikkeling

 

De Nota Ruimte is door het kabinet vastgesteld op 23 april 2004. In de Nota Ruimte zijn onderdelen van de tekst aangemerkt als planologische kernbeslissing (PKB). Deze beslissingen van wezenlijk belang als bedoeld in art.3, tweede lid, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 zijn gemarkeerd en vet aangegeven. Provincies en gemeenten wordt gevraagd in hun beleid rekening te houden met de inhoud van deze PKB.

Het rijk zal zich intensief bemoeien met de uitwerking van het beleid en de uitvoering die betrekking heeft op de selectie van gebieden en netwerken die onderdeel uitmaken van de nationale Ruimtelijke Hoofd-structuur (RHS).

Tot de nationale RHS behoren o.a. het kustfundament, de gehele Ecologische Hoofdstructuur, de robuuste ecologische verbindingen en de Vogel- en Habitatricht-lijngebieden.

 

Op deze kaart is de netto EHS opgenomen.


 

Enkele punten uit de ‘nota ruimte’ die voor Zijpe belangrijk zijn:

 

3.3.2 Natuur: bescherming van natuurgebieden.

Rijk, provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige bijzondere waarden en kenmerken van de volgende gebieden: de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden, de Natuurbeschermingswetgebieden en de Ecologische Hoofdstructuur.

 

3.3.4 Planologische verankering

De netto begrensde EHS, de Vogel- en Habitatrichtlijn-gebieden en de gebieden die vallen onder de Natuurbeschermingswet, worden aangeduid als beschermde gebieden. Voor deze beschermde gebieden geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden en een ‘nee, tenzij’-regime. Het ruimtelijk beleid is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van deze wezenlijke kenmerken en waarden, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de medebelangen die in het gebied aanwezig zijn.

 

3.3.5.1 EHS-gebieden

Binnen en in de nabijheid van de gebieden waar het ‘nee, tenzij’-regime van kracht is, zijn nieuwe plannen, projecten of handelingen niet toegestaan indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er geen reële alternatieven zijn én er sprake is van redenen van groot openbaar belang.

 

Voorbeelden van ruimtelijke initiatieven die significante gevolgen zouden kunnen hebben, zijn:

-        aanleg van nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande infrastructuur

-        nieuwe voorzieningen voor en omvangrijke uitbreiding van permanente verblijfsrecreatie ( waaronder bungalowparken), ‘leisure-centra’en attractieparken.

-        opstelling van windturbines.

 

3.3.7.1 Soortenbeleid

Provincies geven in het streekplan aan op welke wijze de (inter)nationaal beschermde soorten en hun leefgebieden (waaronder ecologische verbindingszones en natuurgebieden buiten de EHS) worden beschermd en eventueel verder worden ontwikkeld.

 

3.4.4 Landschap

Het rijk toetst of de provincies in de streekplannen aandacht hebben besteed aan de landschappelijk kwaliteit.

 

4.3 Kust

4.3.3 Ontwikkelingsperspectief

Uitgangspunt van het beheer van de kust is: zand als ordenend principe. Ontwikkelingen die de natuurlijke dynamiek van het kustfundament versterken worden ondersteund. Verstening van de zandige kust is niet gewenst.

Bij eventuele buitendijkse ontwikkelingen kan de veiligheid tegen overstromingen meestal niet worden geborgd.

 


 

4.3.4.1 Het kustfundament.

Het kustfundament omvat het gehele zandgebied, nat én droog, dat als geheel van belang is als drager van functies in het kustgebied. Het rijk waarborgt voor de realisatie van een duurzame veiligheid tegen overstromingen vanuit zee, dat in het kustfundament voldoende ruimte beschikbaar is en blijft voor de versterking van de zeewering.

Het kustfundament wordt als volgt begrensd:

-        de zeewaartse grens bestaat uit de doorgaande NAP -20m lijn;

-        aan de landzijde omvat het kustfundament alle duingebieden én alle daarop gelegen zeeweringen. De landwaartse grens valt bij smalle duinen en dijken samen met de grens van de waterkering uitgebreid met de ruimtereservering voor tweehonderd jaar zeespiegelstijging en omvat daar waar de duinen breder zijn dan de waterkering het gehele duingebied. In de praktijk valt de begrenzing dan samen met de grenzen van Natuurbeschermingswetgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur en de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden.

-        Bij het beheer van het kustfundament kiest het rijk voor een strategie in drie stappen:

  1. - behoud van zand en ongehinderd transport van zand langs en dwars op de kust;

2    .-zoveel mogelijk zandige maatregelen als ingrepen noodzakelijk zijn, en;

3.   -alleen in het uiterste geval kan zand met harde constructies worden vastgelegd.

 

4.3.4.2 Bebouwd gebied op het kustfundament

-buiten het bestaande bebouwde gebied van kustplaatsen en strand wordt in het kustfundament in principe geen uitbreiding van bebouwing toegestaan (nee, tenzij-principe)

 

4.7.4.10 Vrije horizon

Voor de bouw van vanaf de kust zichtbare permanente werken binnen de 12-mijlszone wordt buiten de gebieden die onder het VHR-regime vallen alleen bij redenen van groot openbaar belang vergunning verleend op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de Wet milieubeheer.

 

 

Zijpe-Zuid

In het Ecologische Hoofdstructuur Natuurbeleidsplan is Zijpe-Zuid aangemerkt als gebied met goede mogelijkheden voor natuurontwikkeling.

 

*     Besluit luchtkwaliteit

 

Nederland heeft de Europese richtlijnen ten aanzien van luchtverontreiniging, onder andere, geïmplementeerd in het Besluit luchtkwaliteit (Stb. 2001, 269). Hierin zijn eveneens grenswaarden opgenomen. Grenswaarden geven een niveau van de buitenluchtkwaliteit aan dat op een aangegeven tijdstip zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden.

Alle gebiedsontwikkelingen die de aanleg van wegen, woonwijken, of de inrichting van bedrijventerreinen behelzen, maar ook ontwikkelingen in het landelijk gebied hebben consequenties voor de luchtkwaliteit. De overheid moet bij ontwikkelingen rekening houden met de effecten van haar plannen om te waarborgen dat de kwaliteit van de lucht beschermd of verbeterd wordt. Zo wordt getracht tot een betere bescherming van de volksgezondheid, flora en fauna en ook van cultureel en historisch erfgoed te komen. Bij de aanleg van grote wegen en drukke woonwijken moet rekening worden gehouden met de grenswaarden voor stikstof en fijn stof.


 

*     Natuurbeschermingswet

 

De gebiedsbescherming is vanaf 1 oktober 2005 geregeld in de nieuwe Natuur-beschermingswet.  Voor projecten die gevolgen kunnen hebben voor richtlijngebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) of voor beschermde natuurmonumenten dient een vergunning te worden aangevraagd bij de provincie die verantwoordelijk is voor het desbetreffende natuurgebied.

De Natuurbeschermingswet is van toepassing op de bescherming van de habitat van planten en dieren.

Indien er sprake is van mogelijke gevolgen voor een beschermd natuurmonument- dit kan ook op grond van externe werking- dan dienen de aspecten zoals genoemd in artikel 16, derde lid, Nbw in de aanvraag besproken te worden:

·                 Kan het project significante gevolgen hebben voor het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren of planten in dat beschermde natuurmonument. Zo ja:

·                 Kan met zekerheid worden vastgesteld dat de handelingen voortvloeiend uit het project de natuurlijke kenmerken van het beschermde natuurmonument niet aantasten? Zo niet,

·                 Zijn er dwingende redenen van groot openbaar belang die noodzaken tot het verlenen van de vergunning?

 

*     Flora- en faunawet

 

Per 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Ingrepen in het landschap zijn alleen toegestaan als er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied duurzaam te laten voortbestaan. Verder moet de ingreep een groot openbaar belang dienen, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. De wetgeving (Europese Habitat- en Vogelrichtlijn) is erop gericht dieren en planten binnen de besluitvorming de plek te geven die hun toekomt. Het uitgangspunt is een wettelijk verbod om een aantal met name genoemde diersoorten te doden of te vernietigen. Ook het verstoren of verontrusten van rust- of voortplantingsplaatsen is niet toegestaan. Heeft het project zodanige effecten dat aan de instandhouding van de populatie afbreuk wordt gedaan, dan kan het niet doorgaan.

 

 


 

*     Natuur voor mensen, mensen voor natuur.

Nota natuur, bos en landschap in de 21e eeuw.

Ministerie Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag, juli 2000

 

Met deze nota wordt de aanpak van het natuurbeleid voor de komende tien jaar geschetst. Het kabinet doet dit vanuit het besef dat natuur en landschap een essentiële bijdrage leveren aan een leefbare en duurzame samenleving.

De nota vormt nadrukkelijk een uitnodiging naar de samenleving om haar medeverantwoordelijkheid waar te maken voor de versterking en vernieuwing van het natuurbeleid.

Het kabinet hanteert de volgende hoofddoelstelling voor het natuurbeleid:

Behoud, herstel, ontwikkeling en duurzaam gebruik van natuur en landschap, als essentiële bijdrage aan een leefbare en duurzame samenleving.

Verantwoordelijkheden van overheden. (Doelgericht samenwerken,1.1)

De overheden geven gezamenlijk invulling aan de ontwikkeling en uitvoering van het natuurbeleid. Daarbij stuurt de rijksoverheid op hoofdlijnen en zijn andere overheden verantwoordelijk voor concrete invulling en uitvoering van natuurbeleid.

 

Programma. (2.3.4, blz.30)

In 2002 zijn voor de Noordzee ecologische kwaliteitsdoelen geformuleerd, op basis waarvan met betrokken sectoren afspraken over duurzaam gebruik worden gemaakt.

De Noordzee is kerngebied van de Ecologische Hoofdstructuur. In de Noordzee hanteert het Rijk de SGR-beschermingsformule verbonden met de status van EHS.

Kern van de ecosysteemdoelen is dat de Noordzee een zo natuurlijk mogelijk functionerend ecosysteem moet zijn, gekenmerkt door de voor de Noordzee en haar kustzone karakteristieke biodiversiteit en landschappelijke identiteit. Gebruik van zee en kust moet in balans worden gehouden en waar nodig in balans worden gebracht met het ecologisch functioneren.

 

Samenhang en dynamiek.

11.            Handhaven van de openheid, weidsheid, stilte en duisternis; dit geldt voor de gehele kustlijn in noord-zuidrichting en loodrecht op het strand tot aan de zichtlijn (schone horizon).

 

3.2.1 Veiligstelling van gebieden.

De ruimtelijke veiligstelling van de EHS is vastgelegd in het Structuurschema Groene Ruimte (SGR) en kort worden aangeduid als een ‘nee, tenzij…’beschermingsregime. Voor de gebieden die vallen onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn de Europese criteria voor veiligstelling gedefinieerd in artikel 6 van de Habitatrichtlijn. De formuleringen van de SGR en artikel 6 van de Habitatrichtlijn geven eenzelfde niveau van veiligstelling aan, zo heeft Nederland in het kader van de aanwijzing van de Vogelrichtlijngebieden laten weten aan de Europese Commissie.


 

*     Structuurschema Groene Ruimte 2 (SGR2)

Samen werken aan groen Nederland.

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag, januari 2002

 

Dit SGR2 continueert het beleid uit SGR1.

 

Natuur – investeren in kwaliteit. (blz.13)

Voltooiing van de EHS en verbetering van de ruimtelijke samenhang is een voorwaarde voor een duurzaam behoud van populaties van planten en dieren en daarmee voor de verscheidenheid van organismen (biodiversiteit). Daarnaast moet de  EHS ook worden beschermd tegen nadelige milieu- en waterinvloeden van buitenaf.

 

Kernkwaliteiten per landschapstype (blz.27)

9.     Kustzone

De duinen en de zee vormen de smalle en dynamische grens van ons land. De zeereep kenmerkt zich door het vrije uitzicht over zee en de concentratie van menselijke activiteiten rond de strandslagen.

 

2.3.3 Verblijfs- en dagrecreatie (blz.38)

Nieuwvestiging.

Het kabinet verzoekt de provincies om in de buurt van gebieden met een groene contour de mogelijkheden voor recreatiebedrijven te creëren in streekplannen. Binnen de groene contour is de afweging volgens het ‘nee-tenzij’ regime aan de orde. Ten aanzien van recreatie vallen daar in ieder geval onder de nieuwe voorzieningen voor permanente verblijfsrecreatie (waaronder bungalowparken) en attractieparken.

 

5.1.1       Begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur. (blz.81)

Bij de introductie van de EHS als samenhangend netwerk van natuurgebieden in het Natuurbeleidsplan (1990) is een kaart gepresenteerd van de bruto-EHS, met een procedure voor nadere begrenzing door provincies. Inmiddels hebben de provincies de gebieden voor de uitbreiding van de EHS grotendeels begrensd.

De EHS-kaart in dit SGR geeft de vertaalslag van de bruto-EHS via provinciale uitwerkingen naar de netto-EHS. (PKB-kaart 4)

 

5.5 Noordzee (blz.96)

De Noordzee is het grootste natuurgebied van ons land en is onderdeel van de EHS.

Het kabinet kiest voor een beleid voor de Noordzee waarbij nut en noodzaak aangetoond moet worden van nieuwe activiteiten op zee met significante ruimtelijke consequenties.

 

 


 

Bijzondere natuurwaarden op de Noordzee. (blz.97)

-        vissen: hoge biodiversiteit, grote visrijkdom.

-        vogels: grote vogelrijkdom, zeer goede mogelijkheden voor foerageren, broeden, trekken, overwinteren.

-        bodemfauna: hoge productie, stapelvoedsel.

-        zeezoogdieren: migreren, rusten

-        beleving: vrije horizon.

-        vrije waterstroom richting Waddenzee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PKB-kaart 4

 

Netto-EHS:

Natuurkernen en

Robuuste

Verbindingen.

Blz.85 uit

Structuurschema

Groene Ruimte 2

Hoofdstuk 5

Natuur- investeren in kwaliteit.

 

 

De nota’s Natuur voor mensen… en het SGR2 zijn opgenomen in de Nota Ruimte.

 


 

Provinciaal beleid

 

*     Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord

 

Het streekplan “Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord”, vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2004, verwoordt het provinciale beleid voor wat betreft de ruimtelijke ordening van Noord-Holland Noord. “Kwaliteit van de ruimte” is het gehanteerde uitgangspunt van het streekplan.

 

5.5 Beleidslijnen alleen voor de uitsluitingsgebieden. (blz.130)

In de uitsluitingsgebieden is sprake van bijzondere natuurlijke waarden en kenmerken of landschappelijke en cultuurhistorische waardevolle elementen en structuren die wij willen beschermen, behouden en versterken. Het gaat hier vooral om delen van het landelijk gebied die een bepaalde bescherming genieten op grond van al bestaande (internationale) wettelijke of provinciale beleidskaders met daaruit voortvloeiende planologische gebruiksbeperkingen maar ook om gebieden die wij om andere ruimtelijke redenen willen vrijwaren van verdere verstedelijking. Wij noemen al deze wettelijke of beleidskaders het gebiedsgericht beleid.

Het gaat dan om:

De hier genoemde gebieden wensen wij uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening niet voor verdere verstedelijking in aanmerking te laten komen in verband met de te handhaven openheid en de sturing van de gewenste verstedelijkingsrichting. (blz.132)

 

Zijpe-Zuid

Polder LQ: rode schuine streep is stiltegebied, geel is zoekgebied, groene staande streep is PEHS.

Hazepolder: liggende groene streep is groene waarden en open ruimten; groen gebied is waterbeheer en kustveiligheid.

 

*     Provinciaal Ecologische Hoofdstructuur

 

Bij het verschijnen van het Natuurbeleidsplan van het Rijk in 1990 zijn de ecologische verbindingszones geïntroduceerd. De provincie heeft daar een nadere invulling aan gegeven.

In mei 1993 hebben de Staten de beleidsvisie ontwikkeling ecologische hoofdstructuur PEHS vastgesteld.

 

 

 

4.4 Graslanden buiten het veenweidegebied.

Kernpunten:

Behoud en herstel van de voor Noord-Holland karakteristieke graslanden, graselementen en specifieke gradiënten. Tevens aandacht voor regionale differentiaties.

Stimuleren van een op de natuurlijke potenties gericht beleid met betrekking tot onder andere de maatregelgeving en weidevogelbeheer.

Stimuleren van natuurvriendelijk sloot- en slootoeverbeheer.

 

Zijpe-Zuid

In de PEHS is Zijpe-Zuid aangemerkt als graslanden buiten het veenweidegebied.(groen)

 

 

*     Provinciaal Milieubeleidsplan 2004-2008

 

De provincie Noord-Holland heeft de uitwerking van het nationaal milieubeleid en haar eigen doelen verwoord in het Provinciaal Milieubeleidplan 2002-2006 (PMP). Het PMP, onder de titel “Waar een wil is, is een weg” bepaalt het milieubeleid in Noord-Holland tot 2006. Duurzaamheid is de rode lijn in dit plan, terug te zien in drie strategische beleidslijnen:

*     Duurzaam produceren en consumeren;

*     Voorkomen van schade aan de menselijke gezondheid;

*     Verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.

 

 

Zijpe-Zuid

PMP 2002-2006, blz 161: “Stiltegebieden. Wij hechten groot belang aan het behouden, beschermen en ontwikkelen van de milieubeschermingsgebieden met een passende akoestische kwaliteit”.

Op bijlage 4 staat de polder LQ aangegeven als stiltegebied 12.

“Petten (Gebied 12)

Richtwaarden: 30-45 dB(A) minus 5 dB(A).

Veel vormen van akoestische verstoring tengevolge van wegverkeerslawaai, luchtvaartlawaai en militaire schietterreinen.

Ecologie: duinrandpolders als grasland in gebruik, onderdeel uitmakend van natuurreservaat de Putten. Weidevogelgebieden, hoogwatervluchtplaats en pleisterplaats voor watervogels.

Recreatie: het gebied de Putten is van belang voor de natuurgerichte recreant.

Overig: ondanks verstoring vanwege diverse geluidsbronnen is het gebied aangewezen om de ecologie en de rustige recreatie”.

 

 

 

 

 

 


 

*     Gebiedsplan Kop en Westfriesland

 

Begrenzingen programmabeheer.

Zijpe-Zuid: deel natuurgebied

Gebied 14 is aangewezen als natuurgebied.

Tegen de Hondsbossche Vaart is het gebied Abtskolk (11ha) begrensd. Het ligt tegen het begrensde reservaat-gebied Abtskolk (ligt in de regio Noordkennemerland-west). Dit is in eigendom van SBB. Het gebied heeft hoge natuurlijke potenties, mede door de aanwezigheid van kwel. Het gebied is ook waardevol als weidevogelgebied.

Zeer soortenrijk weidevogelgrasland”.

 

 

*     Herinrichting Bergen-Egmond-Schoorl

 

Dienst landelijk gebied voor ontwikkeling en beheer.

Landinrichtingscommissie

Doelstelling Natuur:

Realiseren van de provinciale ecologische hoofdstructuur door het verwerven en inrichten van natuurontwikkelings- en reservaatsgebieden inclusief het realiseren van ecologische verbindingen tussen die gebieden. Instanthouden van de huidige natuurwaarden zoals b.v. de weidevogels, de zomergasten, de overwinterende vogels en de botanische waarden”.

 

Zijpe-Zuid

De Hazepolder  en de Abtskolk in  Zijpe-Zuid zijn meegenomen in de herinrichting van de Leipolder en de Vereenigde Harger-Pettemerpolder.

De Hazepolder  en de Abtskolk zijn aangewezen als reservaatsgebied.

 

 

 

*     Provinciaal Waterhuishoudingsplan

 

Op 19 januari 1998 heeft de provincie Noord-Holland het tweede waterhuishoudingsplan “Stilstaan bij stromen” (1998-2002) vastgesteld.Water maakt deel uit van het ecosysteem en wordt door de mens voor talrijke doeleinden gebruikt. Deze belangen stellen eisen aan en hebben gevolgen voor het watersysteem. Om de verschillende belangen invulling te geven worden in het waterhuishoudingsplan functies toegekend aan de wateren in het beheersgebied.

 

Zijpe-Zuid

Aan het water in het grootste deel van polder LQ is de hoofdfunctie agrarisch met nevenfunctie natuur toegekend. Het water in het natuurgebied de Abtskolk en de Honds-bossche Vaart heeft de hoofdfunctie natuur. Aan alle hoofdwatergangen in het gebied is de functie viswater toegekend. De functie viswater wil zeggen dat er in dit gebied paai- en overwinteringsplaatsen voor vissen moeten zijn.


 

*     Provinciaal Waterplan Noord-Holland 2006-2010

 

Bewust omgaan met water. Ontwerp vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 21 juni 2005.

Primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstromingen vanuit buitenwater. Alle primaire waterkeringen in Noord-Holland moeten voldoen aan de wettelijk vereiste veiligheidsnormen om de inwoners van Noord-Holland bescherming te bieden tegen overstromingen. De voorbereiding van structurele maatregelen voor de zwakke schakels in de Noord-Hollandse kust. Het gaat hierbij om de Kop van Noord-Holland en de Hondsbossche en Pettemer Zeewering.

Wij beoordelen de dijkversterkingsplannen en toetsen of ze in overeenstemming zijn met het streekplanbeleid en met ons beleid voor natuur, recreatie, landschap en cultuurhistorie, waarna wij de plannen al dan niet goedkeuren.

 

De gemeenten nemen de bestemming waterkering met bijbehorende vrijwaringszones op in hun bestemmingsplan. Met de vrijwaringszones wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige versterkingen of verbeteringen van waterkeringen.

 

 

Zijpe-Zuid

Achter de Pettemer Zeewering ligt een strook van 200 meter breed als vrijwaringszone.

 

*     Voorontwerp Gebiedsplan Kop en Westfriesland

Gedeputeerde Staten, februari 2001

 

Begin 2000 is de nieuwe subsidieregeling voor natuur, Programma Beheer (PB), ingevoerd. Om volledig gebruik te kunnen maken van deze regeling worden alle bestaande begrenzingenplannen in Noord-Holland vervangen door gebiedsplannen.

De uitvoering van dit plan vindt plaats op basis van vrijwilligheid.

 

Zijpe-Zuid

Kaart 10

Voorstel nieuwe begrenzing

Zwart 11a = nieuwe natuur

 

 

Bestaande natuur en beheersgebieden

Grijs = natuurgebied (verworven)

 

Stippels = aankoopwaardig gebied

 

Stippellijn = regiogrens Kop Noord-Holland

 

 

 

 

 


*     Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland

Haarlem, februari 2002

De waardenkaart vermeldt een waardering van elementen in ons landschap.

 

Zijpe-Zuid

Voor de Hazedijk en de Hazedwarsdijk meldt de kaart:

Periode van ontstaan: 1597

Waardering: van waarde

Motivering: de dijken werden aangelegd om de Hazepolder te bedijken. De dijken zijn zeer kenmerkend voor de landschapsgenese en niet zeldzaam. De herkenbaarheid van de dijken is aangetast door het verdwijnen van een deel van de dijk als gevolg van de verlegging van de Pettemer Zeewering.

 

Voor de Pettemer Zeewering geldt de volgende vermelding:

Periode van ontstaan: 15e eeuw, huidige ligging vermoedelijk 18e eeuw.

Waardering: zeer hoge waarde.

Motivering: de Pettemer Zeewering is aangelegd op de plaats waar nauwelijks duinen voorkwamen. Deze duinen zijn bovendien in de loop van de tijd weggeslagen. De eerste zeeweringen zijn overigens ook in zee verdwenen. De dijk is zeer kenmerkend voor de landschapsgenese, zeldzaam en goed herkenbaar. Er bestaat een genetische samenhang tussen de dijk en de erachter gelegen gronden

 

 

*     Advies van de commissie Bescherming en Ontwikkeling van Buitendijksgebied in Kustplaatsen.

(Commissie Poelmann, Haarlem 25 oktober 2005)

 

3.2 is het wenselijk onderscheid te maken tussen oude en nieuwe situaties?

Advies: Ja, de Commissie vindt het wenselijk om onderscheid te maken tussen oude en nieuwe situaties met betrekking tot de verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en burger c.q. ondernemer in buitendijkse gebieden van kustplaatsen. In nieuwe situaties handhaaft het rijk weliswaar het bestaande beschermingsniveau maar de aanlegkosten voor eventuele extra bescherming, waaraan decentrale overheden eisen kunnen stellen, moeten volledig door de initiatiefnemer worden opgebracht. Beheer en onderhoud aan deze extra beschermingsobjecten dient uitgevoerd te worden door het rijk of het betreffende waterschap, waarvoor deze eventueel een afkoopsom vanuit de plankosten kan eisen.

 

Verzekeren

Het commercieel verzekeren van de risico’s op overstroming en kustafslag in buitendijkse gebieden is geen reële optie. Alternatieve financiële constructies, waarbij meerdere nu onverzekerbare waterrisico’s worden afgedekt, worden in het begin 2006 verwachte kabinets-standpunt ‘Onverplichte Tegemoetkoming bij Schade’nader uitgewerkt.


 

Gemeentelijk beleid

 

*     Het bestemmingsplan “Buitengebied 1989, tweede herziening”van maart 1997 vermeldt in de inleiding Zijpe-Zuid als volgt.

 

Gebied 12

Het gebied bestaande uit Hazepolder, Polder Q en Polder L ( Leiweg, Pettemerweg, Noordhollandsch kanaal, Schoorlse Zeedijk, Hondsbossche Zeewering) is een weidegebied dat wordt gekenmerkt door een bijzonder grote mate van openheid. Met op de achtergrond de duinen nabij Schoorl is er sprake van een landschappelijk bijzonder aantrekkelijk gebied. De tegenstelling met het aaneengesloten bollengebied met zijn intensieve grondgebruik noordelijk van de Pettemerweg is bijzonder opvallend.

In dit gebied bevindt zich het natuurgebied Abtskolk, een voormalige kleiput omringd door vochtige graslanden.

De samenstelling van de bodem maakt deze gronden minder geschikt voor de teelt van bollen. Afgezien van enig gebruik voor de wisselteelt zal het onderhavige gebied voornamelijk als weidegrond in gebruik blijven. De gronden zijn voorts ook van natuurlijk belang als pleister-, broed- en foerageerplaats voor tal van vogelsoorten.

De gronden zijn nu bestemd als “agrarische productiegebieden IIb”.

 

De Abtskolk en de strook land aan de westkant van de Hazedijk hebben de bestemming: ‘natuurgebied’. De weilanden de bestemming: ‘agrarische productiegebieden IIb’.

 

 

 

B. Agrarische doeleinden

Art.5 Agrarische productiegebieden ( I en II ).

1.     Bestemmingsomschrijving

Deze gronden zijn bestemd voor:

-        agrarische bedrijfsvoering met behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden (categorie II)

-        met de daarbij behorende bouwwerken, uitgezonderd agrarische bedrijfswoningen en kassen.

-        Op deze gronden zijn houtproductie en bosbouw niet toegestaan.


 

Onder doeleinden ter bescherming van specifieke waarden vermeldt het bestemmingsplan het volgende;

 

Art. 38 natuurgebied

 

1.     bestemmingsomschrijving

Deze gronden zijn bestemd voor het behoud en herstel van de daar voorkomende of daaraan eigen natuurlijke en landschappelijke waarden.

 

2.     beschrijving in hoofdlijnen

Het behoud en herstel van de binnen de bestemming gelegen, in bijlage E bij de voorschriften omschreven waarden,  worden nagestreefd.

 

 

Bijlage E

 

Hazepolder

De Hazepolder is gelegen tussen de Hondsbossche Zeewering, de Westerduinweg, de Leiweg en de Zuiderhazedwarsdijk. Het omvat een perceel grasland en een perceel rietland. Samen met de Abtskolk heeft de Hazepolder waarde voor weide- en zangvogels ( rietbewoners) in het broedseizoen.

Ook is het gebied, als onderdeel van één van de belangrijkste vogeltrekroutes in Noordwest Europa, van belang als rust- en foerageergebied voor trekvogels.

 

 

 

 

 

 

De aanwezige fauna is vergelijkbaar met die in de Abtskolk. Enkele kritische vogelsoorten als zomer- en wintertaling komen er voor en het gebied is van belang als foerageergebied voor lepelaars.

In botanisch opzicht is het gebied,  met name de zilte graslanden daarin, waardevol tot zeer waardevol

 


Het Plangebied Zijpe-Zuid

 

*Historie

 

Op 31 maart 1552 verleende Keizer Karel V aan Jan van Scorel octrooi tot bedijking van de Zijpe. Vanaf deze tijd tot 1597 is er een strijd tegen het water gevoerd. De inpoldering is vanaf dit laatstgenoemde jaar definitief. Voor de inpoldering was het een waddengebied met slenken en wad-afzettingen van zeeklei en zand.De Oude Schoorlse Zeedijk aan de zuidzijde is een overblijfsel van de strijd tegen het water. Door de instelling van bemaling met windmolens is de polder opgedeeld in kleinere eenheden, afdelingen genoemd.

“De Zijpe en Hazepolder” is tot 1 januari 1980 een zelfstandig waterschap geweest dat opgericht is bij de inpoldering in het jaar 1597. In 1980 is het opgegaan in het toen nieuw gevormde waterschap “De Aangedijkte Landen en Wieringen”, dat op zijn beurt op 1 januari 1994 opging in het waterschap “Hollands Kroon”.

De afdeling LQ is gelegen in het zuidwestelijk deel van de Zijpe en Hazepolder.

Het gebied van de afdeling LQ wordt gekenmerkt door een bijzonder grote mate van openheid.

In het gebied bevindt zich het natuurreservaat de Abtskolk, een voormalige kleiput omringd door vochtige graslanden.

 

De Hondsbossche en Pettemer Zeewering

De ‘Hondsbossche’ is na de afsluitdijk de beroemdste dijk van ons land. Het is een hele mond vol, maar het is dan ook een belangrijke dijk die het gevaarlijke zeegat van de Zijpe heeft afgesloten. De Hondsbossche dijk heeft een lengte van ruim 4,5 kilometer en sluit aan op de 550 meter lange Pettemer dijk. Vroeger lag er een duingebied tussen beide dijken, maar deze duinen zijn door de zee weggeslagen zodat er nu een ononderbroken dijk ligt tussen de duinen van Camperduin en die van Petten.

In 1421,tijdens de beruchte St. Elisabethsvloed, brak de voorloper van de Hondsbossche zeewering door. Deze dijk lag verder naar het westen dan de huidige. De kerk van het oude dorp Petten bezweek onder het geweld van de golven, waardoor 400 mensen, die hun toevlucht in de kerk hadden gezocht, om het leven kwamen. In 1432 werd een Slaperdijk aangelegd, die echter al spoedig zeekering werd omdat de kust zeer te lijden had van afslag. Ook deze dijk had het zwaar te verduren en was aan het begin van de 16e eeuw zo slecht geworden dat men besloot de kerk af te breken en een stuk landinwaarts weer op te bouwen.Toch wilde men de dijk niet opgeven: tussen 1506 en 1548 werd de dijk versterkt door strandhoofden aan te leggen. Afdoende was dit niet, want bij de Allerheiligenvloed van 1570 bezweek de dijk op drie plaatsen en kreeg het dorp Petten opnieuw grote schade te verduren. Het grote probleem was niet alleen het onderhoud van de dijk en de strandhoofden, maar vooral de afslag van de duinen ten noorden en ten zuiden van de dijk. Hierdoor kwam de dijk te ver in zee te liggen.

 

 

Daarom werden landwaarts- als extra veiligheid- zogenaamde inlaagdijken of slaperdijken aangelegd, die na verloop van tijd de functie van de zeedijk konden overnemen.De huidige positie van de dijk werd bereikt in 1702 en ook nu steekt de dijk vergeleken met de  duinen bij Camperduin een eind de zee in. Sinds 1792 is de ‘Hondsbossche’ niet meer verplaatst, maar wel voortdurend verstevigd om het noordelijke deel van Kennemerland en de Zijpe- en Hazepolder tegen overstromingen te beschermen. Het dorp Petten heeft- zoals gezegd- danig te lijden gehad van de dynamiek in dit onrustige kustgebied. Verschillende keren werd het verwoest en moest landwaarts weer worden opgebouwd. Voor de laatste keer gebeurde dat in de periode 1940-1944. Dit keer was het niet het geweld van de golven, maar werd het op bevel van  de duitse bezetter afgebroken. Na de oorlog werd Petten weer opgebouwd, opnieuw iets oostelijker dan de oude locatie.

(UIT: De cultuurhistorie van de Kop van Noord-Holland en Texel, prov.NH febr.2002)

 


 

*Huidige waarden

 

Fauna

 

In het waterhuishoudingsplan van de provincie is afdeling LQ aangemerkt als een “belangrijk weidevogelgebied”. In de weidegebieden komen relatief hoge dichtheden aan kieviten en grutto’s voor. Tevens komt de veldleeuwerik, een soort die in graslanden momenteel sterk afneemt, nog vrij veel voor. De weidevogels zitten min of meer verspreid over de gehele afdeling. De watergangen tussen de graslanden zijn van belang als foerageergebied. In het noordwesten en zuidoosten van de afdeling LQ komen grote dichtheden weidevogels voor.

De rietlanden rond de Abtskolk zijn van belang voor vogels. Hier broeden naast veel kleine karekieten onder andere de bruine kiekendief, rietzanger, grote karekiet, baardmannetje en de rietgors. Vooral de aanwezigheid van de rietzanger en grote karekiet is van belang. Beide soorten staan op de Rode Lijst. De grote karekiet is zelfs een ernstig bedreigde soort. Voor veel van de genoemde soorten is dit de enige plaats in de Zijpe- en Hazepolder waar zij voorkomen.

 

*     De aangedijkte landen tussen Den Helder en Petten

Een globale beschrijving van flora en fauna en de effecten van eventuele peilverandering.

Provincie Noord-Holland , juni 1997

 

Hazepolder

In de Hazepolder broeden slechts weinig weidevogels, t.w. scholekster, kievit, grutto, tureluur,graspieper, kluut , kleine plevier en stormmeeuw. In het rietmoerasje broeden waterral, kleine karekiet en rietgors. Met name het voorkomen van de waterral is belangrijk, want deze soort is verre van algemeen, zeker in de Kop van Noord-Holland.

Recent is de blauwborst waargenomen.

 

 

 

 

Polder LQ

 

Het meest zuidwestelijke deel van de Zijpepolder is een belangrijk weidevogelgebied. Met name de dichtheid van kievit en grutto is relatief hoog voor een kleigebied. Verder broeden er veel soorten eenden: bergeend, krakeend, slobeend, zomertaling en kuifeend. Ook komt de veldleeuwerik, een soort die in recente tijd in graslanden sterk afneemt, nog vrij veel voor.

 

Rond de Abtskolk liggen enkele rietlanden, die van belang zijn voor vogels. Naast veel kleine karekieten broeden hier o.a. bruine kiekendief, rietzanger, grote karekiet, baardmannetje en rietgors. Voor de meeste van deze soorten is dit de enige plaats in de Zijpepolder waar zij voorkomen.

Vooral het voorkomen van rietzanger, grote karekiet en baardmannetje is van belang. Deze soorten staan op de rode lijst. De grote karekiet is zelfs een ernstig bedreigde soort.

 

In de Abtskolk komen de laatste jaren ook de dwerggans en de roerdomp voor.

 

Een aantal diersoorten buiten de beschreven vogels die in en rond de Abtskolk en Hazepolder gesignaleerd zijn, zijn de vos, wezel, hermelijn, haas, waterspitsmuis en de rugstreeppad.


De bedreiging

 

Vanaf begin 2003 tracht de gemeente Zijpe samen met de partners Grontmij, de Nederlandse Zeejachthaven Ontwikkelingsmaatschappij bv ( NZO) en Kop en Munt een Marina Petten bij de Pettemer Zeewering te realiseren.

Daartoe werd in maart 2004 een startnotitie Marina Petten opgesteld en door de raad op 27 april 2004 goedgekeurd. Op 9 november 2004 ging de gemeenteraad akkoord met het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst, die op 11 november 2004 werd ondertekend. Vervolgens werd een haalbaarheidsonderzoek gestart. De conclusie van dit onderzoek is dat de aanleg van een Marina Petten haalbaar is.

 

woningbouw

 

De plannen omvatten:

Buitendijks: 1.680  gestapelde appartementen en 420 recreatiewoningen, 40.000m2 commerciële ruimte en plaats voor 600 boten.

Binnendijks: in Hazepolder 300 woningen en aan Belkmerweg en Molenweg 200 landgoederen.

Er wordt een verbindingskanaal tussen de dijk en het Noordhollands Kanaal aangebracht, waarbij de jachten via een overtoom over de dijk worden getild.

Het geplande groen moet dienen voor natuur, recreatie, landbouw en waterberging.


Conclusie

 

Wat komen wij zoal tegen in Zijpe-Zuid?

 

 

*     Vogelrichtlijngebied

*     Beschermingsgebied

*     Natuurgebied

*     EHS-gebied

*     Stiltegebied

*     Cultuurhistorisch gebied

*     PEHS-gebied

*     Reserveringsgebied

*     Vrijwaringsgebied

*     Beheersgebied

*     Foerageergebied

*     Broedgebied

*     Rustgebied

*     Milieubeschermingsgebied

*     Reservaatsgebied

*     Overwinteringsgebied

*    Uitsluitingsgebied

*     Recreatiegebied

*     Open landschap

*     Duisternis

*    Weidegebied

 

 

Kortom een uniek gebied.

 

Dus geen huizen maar vogels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CK 28-02-06