|
|
Bewaken van de menselijke
belevingswaarde van onze leefomgeving
De Kust Rijksbeleid Het rijksbeleid voor de kust is vastgelegd in de Nota Ruimte door de kamers vastgesteld op 17 januari 2006. De nota wordt gedragen door de ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ. In de Nota Ruimte zijn onderdelen van de tekst aangemerkt als planologische kernbeslissing (PKB). Sommige beslissingen zijn van zodanig gewicht dat bij wijziging ervan de PKB-procedure moet worden doorlopen. Deze beslissingen zijn van wezenlijk belang als bedoeld in art. 3, tweede lid, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. Enkele beslissingen die van wezenlijk belang zijn voor de kust zijn onderstaand weergegeven. 3.3.2 Natuur; bescherming van natuurgebieden Rijk, provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige bijzondere waarden en kenmerken van de volgende gebieden: De Vogel- en Habitatrichtlijngebieden, de Natuurbeschermingswetgebieden en de Ecologische Hoofdstructuur. Deze zijn op kaart 5 en 6 aangegeven. 3.3.5 Afwegingskader VHR-, NB-wet en EHS-gebieden De bescherming van de wezenlijke kenmerken en waarden vindt plaats door toepassing van een specifiek afwegingskader, het zogenoemde ‘nee, tenzij’- regime. 4.3.4 Specifieke beleidskeuzen 4.3.4.1 Het kustfundament Het kustfundament omvat het gehele zandgebied, nat en droog, dat als geheel van belang is als drager van functies in het kustgebied. Het rijk waarborgt voor de realisatie van een duurzame veiligheid tegen overstromingen vanuit zee, dat in het kustfundament voldoende ruimte beschikbaar is en blijft voor de versterking van de zeewering. Het kustfundament wordt als volgt begrensd: · de zeewaartse grens bestaat uit de doorgaande NAP-20m lijn; · aan de landzijde omvat het kustfundament alle duingebieden en alle daarop gelegen harde zeeweringen. De landwaartse grens valt bij smalle duinen en dijken samen met de grens van de waterkering uitgebreid met de ruimtereservering voor tweehonderd jaar zeespiegelstijging en omvat daar waar de duinen breder zijn dan de waterkering het gehele duingebied.In de praktijk valt de begrenzing dan samen met de grenzen van NB-wet, EHS en VHR-gebieden. De provincies en gemeenten leggen de definitieve landwaartse begrenzing van het kustfundament vast in streek- en bestemmingsplannen in overleg met de beheerders van de zeewering. Bij het beheer van het kustfundament kiest het rijk voor een strategie in drie stappen:
4.6.4.2 Dijkversterkingen Vooruitlopend op mogelijke versterkingen van de primaire waterkeringen wordt in principe geen uitbreiding van de bestaande bebouwing toegestaan in een zone van 100 meter binnendijks en 175 meter buitendijks. Afgesproken is dat gemeenten tot die tijd in geval van nieuwe planvorming voor betreffende gebieden in de beginfase contact opnemen met waterbeherende partijen en provincies. De definitieve zones worden in overleg tussen het rijk, de waterkeringbeheerder en de provincies bepaald en in streekplannen, bestemmingsplannen en de leggers van de waterschappen verankerd. Voor plannen in een vergaand stadium worden door betrokken partijen maatwerkafspraken gemaakt. 4.7.2 Doelstelling en opgaven Onderdeel is een onbelemmerd uitzicht vanaf de kust. 4.7.4.10 Vrije horizon Voor de bouw vanaf de kust zichtbare permanente werken binnen de 12-mijlszone wordt buiten de gebieden die onder het VHR-regime vallen alleen bij redenen van groot openbaar belang vergunning verleend op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de Wet milieubeheer. Provincie
Noord-Holland In het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord hebben Provinciale Staten op 25 oktober 2004 het beleid voor de noordkop vastgelegd. 6.9 Kustveiligheid Bouwactiviteiten in buitendijkse gebieden ( tussen de -20m NAP lijn en de landwaartse grens van de waterkering) zijn niet of slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Ongewenste en onomkeerbare bouwactiviteiten op het strand en in de waterkering zijn niet toegestaan. Tot de voorlopige vrijwaringzone voor bebouwing behoort ook een 200 meter brede strook achter de landwaartse grens van het duingebied tussen Callantsoog en Den Helder, alsmede het gebied achter de Helderse, Hondsbossche en Pettemer Zeewering. In deze vrijwaringzone zijn activiteiten alleen toegestaan als: · er sprake is van niet-onomkeerbare ontwikkelingen; · deze een toekomstige landwaartse versterking van de zeewering niet frustreren. Afwijzing van bebouwing betekent ook dat op het strand omzetting van seizoengebonden bebouwing in permanente bebouwing voor het hele jaar niet mogelijk is. Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 17 december 2007 met een partiële herziening het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord met de Nota Ruimte in lijn gebracht. HAZEPOLDER Het Ontwikkelingsbeeld NHN geeft voor de Hazepolder de volgende aanduidingen. Uitsluitinggebied, kaart 1 Waterbeheer en kustveiligheid (gedeeltelijk), kaart 3 Groene waarden en open ruimte (gedeeltelijk), kaart 3 Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (gedeeltelijk), kaart 3 Bovenstaande beleidslijnen moeten een veiligstelling betekenen van het kustgebied. CK 27-02-2008 |
|
|||||||||||||||||||||