HOUD ZIJPE LEEFBAAR

 

Bewaken van de menselijke belevingswaarde van onze leefomgeving

 

Postbus 8

 

Tel/fax.0226 381287

1755 ZG Petten

www.hzl.nl

Giro            7723817

 

 

 

 

 

Laat de Boskerpolder met Rust

 

 

 

 

 

 

Inhoud

 

1.     Voorwoord

 

2.     Geschiedenis

 

3.     Beleid overheid

 

4.     Flora- en faunawet

 

5.     Maatschappelijk draagvlak

 

6.     Een stille getuigenis

 

7.     Waarom bouwen?

 

8.     Tot slot

 

9.     Referenties

 

Werkgroep Groote Keeten


 

1. Voorwoord

Kolder in de Boskerpolder

 

Tussen Groote Keeten, Abbestee en de Noordschinkeldijk, ongeveer 1,5 km. ten noord-oosten van Callantsoog, ligt de Boskerpolder, één van de oudste en diepste poldertjes van de gemeente Zijpe. Met haar 22 hectare is zij  het kleinste, maar bepaald niet  het minste! Enigszins verscholen is zij langs enkele wandel- en fietspaden toch goed bereikbaar. De mensen die het weten, inwoners én toeristen,  genieten volop van dit prachtige natuurgebied. Behorend tot de ecologische hoofdstructuur  maken alle ingrediënten dit unieke poldertje tot een eldorado voor kenners én leken. Men vindt er de modderkruiper, rugstreeppad, lepelaar en de ijsvogel, maar ook de vos huist er. Twee door de voortdurende zeewind  oostwaarts gebogen oudewaai-bossen’ en een pittoresk watergemaaltje zijn  extra blikvangers. Een lustoord voor de natuurliefhebber, die hier kan dwalen door de stilte, de rust en de ruimte!

 

Vele eeuwen geleden, nog vòòr onze jaartelling, trok de mens op deze plek reeds zijn sporen, getuige archeologisch onderzoek. Rivier de ‘Vidrusliep  hier uit in zee; munten  uit een Romeinse aanlegplaats aan de monding werden hier gevonden. Mogelijk heeft juist hier een vroeger dorp Callantsoog gelegen , stenen fundamenten van eeuwenoude watermolens en een kloosterdependance (Abbestede) zijn aan te tonen en het opgraven zeker waard!  

Vanuit de Nederlandse inpolderingsgeschiedenis is dit gebied  beeldbepalend geweest voor de ontwikkeling van de kop van Noord-Holland , steekt de Beemster in deze opzichten naar de kroon en verdient eigenlijk een plaats op de lijst van ons Europese culturele erfgoed!

 

We raken hier aan het begripzacht toerisme”. Dat is een sterk opkomende ontwikkeling om ons heen. Toenemende vraag naar meer individuele beleving van bovengenoemde soort.  Voor bewoners en òòk voor toeristen! Daar tegenover staatmassa-toerisme”: Zandvoort, Torremolinos, het recreatisme van  vakantie- en pretparken, disco’s en nachtclubs, overdadige horeca, alles genoegzaam bekend. Ook in onze leefomgeving maakten/maken wij de gang van ‘zachtnaarmassamee.

 Is dat de goede weg?

 

Op dit moment bereidt men de bouw voor van meerdere honderdenkwalitatief hoogwaardigevakantie-woningen in de Boskerpolder en ver daarbuiten. Meer dan 40 (!) hectare moet hiervoor worden omgespit. Als voortuin legt men er watnieuwedras/plas-natuur tegenaan, waarmee inderdaad de gehele Boskerpolder met omgeving , plus alles wat erop én eronder is voor eeuwig zal zijn verdwenen. Ons inziens een veel te zware ingreep in dit gebied en een klein dorp als Groote Keeten. Daar komt nog bij dat niemand garandeert dat dit het laatste vakantiepark is. Ook een splinternieuw park veroudert weer.

Onderzoek wijst uit dat de kosten van renovatie van ‘oudebestaande parken opweegt tegen komplete nieuwaanleg van volgende parken, inklusief een geheel nieuwe infrastructuur.

 Is onze grond niet maar èèn keer te verdelen?

 

De werkgroep  Groote Keeten zet zich in om een uniek natuur-en cultuurgebied in onze leefomgeving van de verwoesting te redden.

Wij vragen ook Uw steun, zodat wij een onvervangbaar stuk wijds en oorspronkelijk erfgoed ongeschonden kunnen overdragen aan volgende generaties.


2. Geschiedenis

De Boskerpolder is één van de oudste en met zijn nollen en beschermde waterlopen één van de fraaiste droogleggingen in de gemeente Zijpe. Vroeg 15e eeuw wordt de naam voor het eerst gebruikt bij het plan deze kwelder te bedijken. Na een bewogen verleden, waarin ze eens praktisch werd weggevaagd (1570), ligt zij vanaf 1610 veilig achter de Noordschinkeldijk.

 

Romeinse tijd

 

Rond het jaar nul bevonden niet alleen inheemsen zich in onze noordelijke streken maar ook Romeinen. Zo trok 16 na Christus bevelhebber Germanicus met zijn leger via Nijmegen naar het huidige Velsen, waar hij zich inscheepte om, varend langs onze kust richting Elbe-monding, de Romeinse grenzen vast te leggen.

In die tijd liep langs de westkant van een onbewoonde hoogveenstreek tussen nu Schagen en Alkmaar de rivier de Vidrus waarlangs intussen veel sporen van inheemse nederzettingen zijn aangetroffen. Deze rivier stroomde langs wat nu de Boskerpolder is en mondde vlak ten noorden van het huidige Groote Keeten uit. Zij  was in de monding goed bevaarbaar.

In 1990 werd op een grindlaag, een halve meter diep in een volkstuintje in de Boskerpolder, een munt gevonden met het merkteken van de genoemde Germanicus. Deze munten zijn met name aangetroffen in de Romeinse versterkingen die verbonden worden met de campagne van Germanicus, waarvan de meest noordelijke, tot nu toe gevonden, in Velsen ligt. De mogelijkheid bestaat dat Germanicus zijn toevlucht zocht  in een Romeins steunpunt aan de monding van de Vidrus. Onderzoek ter plekke kan aantonen of daarvan nog restanten te vinden zijn.(ref.1)

 

’t Oghe in 1300


Inpoldering

 

Voor het ontstaan van de Boskerpolder, liggend in de driehoek tussen Groote Keeten, Noordschinkeldijk (voltooid 1610) en Abbestee, moeten wij naar de vroege middeleeuwen, toen Philips van Bourgondië in 1438 het plan opperde deze kwelder te bedijken.

Al in 1440 verschijnt voor het eerst de naam van het poldertje ‘den Bossche’, waarbij dit gebied door Reinoud II, heer van Brederode, in leen wordt uitgegeven.

Honderd jaar van verdere droogleggingen, doorbraken en herstel volgen. Met hulp van twee achtkantige molens en enkele duikersluisjes  wordt de afwatering op het laagste punt (de Boschpolder/Boswael/Molenkolk)  uitgeslagen naar buitendijks Molenwater. Praktisch zeker zijn de stenen fundamenten van beide molens nog te vinden. De naam Bosch kan als restant ter plekke ontleend zijn aan een destijds veel groter woud in deze kuststreek.

Begin 16e eeuw is alles bedijkt en droog, doch in 1570 zet de Allerheiligenvloed die via het Ooghmergat door de duinen binnendringt, weer veel land onder water. Na dit rampjaar neemt de inpoldering tussen Dubbelduyn (Groote Keeten) en Abtstede (Abbestee) met vallen en opstaan en een nieuwe molen geleidelijk zijn huidige vorm aan.

Henk Schoorl schrijft in het voorwoord van zijn zeer gedocumenteerde boek ‘t Oge’:  eiland ‘t Oge had  hier een centrale functie bij de uitvoering van de grote bedijkingswerken, die in de 16e en het begin van de 17e eeuw het uiterlijk van de Kop van Noord-Holland drastisch hebben gewijzigd en bepalend zijn geweest voor de verdere ontwikkelingsgeschiedenis”.

(ref.2)

 

Waarom nu deze twee grote stappen terug in de polderse historie?

Welnu, samen met de vele eeuwen er omheen van voortdurende strijd tegen het bedreigende zeewater, tonen zij nog eens overduidelijk aan dat met name dit zeer oude gebied van immense cultuur-historische betekenis is voor geheel Nederland, maar vooral ook voor onze eigen leefomgeving. Het boven beschreven poldergebied steekt droogmakerij ‘de Beemster  op de lijst van Europees cultureel erfgoed  naar de kroon en verdient daarop dan ook een ereplaats!

De Boskerpolder was vroeger een zelfstandig waterschap met een eigen bestuur.Het water uit de polder werd door de Boskermolen uitgemalen op het Molenwater.

 


3. Beleid overheid

 

Rijksbeleid

 

De beleidsnota Belvedère stelt dat binnen het toekomstige ruimtelijk beleid cultuurhistorie als een basiswaarde in de samenleving moet worden beschouwd. Ten behoeve van het behoud en de versterking van de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving zal een beleid worden gevoerd dat gericht is op het veiligstellen van die basiswaarde. Daaruit volgt o.m. dat alle burgers en overheden de verplichting hebben cultuurhistorie op een volwaardige wijze bij hun planvorming te betrekken. De culturele rijkdom draagt bij aan de identiteit, de belevingswaarde en de internationale herkenbaarheid van Nederland. (ref.3)

 

Provinciaalbeleid

 

De Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland (ref.4) geeft de Rechtendijk (NKT 143G) een “hoge waarde” als cultuurhistorische typering.

Motivering:

Deze dijk is aangelegd bij de bedijking van één van de kwelders bij Callantsoog. De dijk is kenmerkend voor de landschapsgenese (ontstaan) en niet zeldzaam. Het tracé is nog herkenbaar en er bestaat een genetische samenhang tussen de dijk en de polder ten westen ervan.

 

De Voorweg (NKT144G) heeft als waardering: “van waarde”. Deze dijk is aangelegd bij de bedijking van één van de kwelders bij Callantsoog.

 

 

Gebiedsplan

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben in 2001 het Gebiedsplan Kop en Westfriesland vastgesteld. Een deel van de Boskerpolder B3 wordt als bestaand beheersgebied aangemerkt. Dat wil zeggen dat het aangegeven gebied in aanmerking komt voor subsidie in het kader van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer.

Wat vindt de Provincie van de Boskerpolder?

“De sloten in dit deelgebied ten noorden van Callantsoog staan onder invloed van zoet kwelwater vanuit de duinen. Het gebied ten noordoosten van de Nollen bij Abbestede, de Boskerpolder (22 ha), is begrensd als beheersgebied. De betekenis voor weidevogels is vrij groot. Beheer kan gericht zijn op zowel weidevogels als op botanische waarden. De polder is van essentieel belang voor de waterbeheersing en de hydrologische koppeling van de Nollen van Abbestede met het Kooibosch.” (ref.5)

 

 

Tevens behoort het gebied tot de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur.

 

 

 

Gemeentelijk beleid

 

Het bestemmingsplan “Landelijk Gebied 1989” geeft voor de Boskerpolder de aanduiding: ‘Agrarische productiegebieden b’. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijfsvoering, niet zijnde houtproductie en bosbouw, met de daarbij behorende bouwwerken, uitgezonderd agrarische bedrijfswoningen en kassen. (art.5)

 

De twee bosjes hebben de volgende bestemming: ‘landschappelijk waardevolle houtopstanden’.

De waarde van deze houtopstanden is gelegen in het feit dat ze structurerende elementen zijn in het overigens vrij kale landschap. Om deze waarde te bewaren moet worden voorkomen dat de opstanden worden gerooid. (art.23)

 

De gronden tussen de bosjes zijn aangewezen als Volkstuinen.

 

De onverharde wegen: ‘Wegje van Callas’, ‘Boskerwegje’ en ‘Ooghmerwegje’, hebben de bestemming: wegen, tevens gebied van cultuurhistorische waarden. (ref.6)

 

 

 

 

De Integrale Ruimtelijke Visie wil Groote Keeten ontwikkelen tot een echte badplaats. De Boskerpolder wordt opgeofferd als bungalow- en kampeerterrein. (ref.7)

 

Het plan wordt aantrekkelijk gemaakt met een grote plas water


4. Flora- en Faunawet

 

Per 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Ingrepen in het landschap zijn alleen toegestaan als er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied duurzaam te laten voortbestaan. Verder moet de ingreep een groot openbaar belang dienen, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. De wetgeving (Europese Habitat- en Vogelrichtlijn) is erop gericht dieren en planten binnen de besluitvorming de plek te geven die hun toekomt. Het uitgangspunt is een wettelijk verbod om een aantal met name genoemde diersoorten te doden of te vernietigen. Ook het verstoren of verontrusten van rust- of voortplantingsplaatsen is niet toegestaan. Heeft het project zodanige effecten dat aan de instandhouding van de populatie afbreuk wordt gedaan, dan kan het niet doorgaan.

 

De in 1992 vastgestelde Habitatrichtlijn is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in om habitats en soorten die voor de Europese Unie van belang zijn in stand te houden.

Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones.

In Noord-Holland geldt dit voor de hele duinstreek.

De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Habitatrichtlijn betreffen naast Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van beschermde soorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er in gebieden geen storende factoren optreden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de soorten die door de Habitatrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden conform de richtlijn getoetst.

De Habitatrichtlijn bevat ook bepalingen voor de instandhouding van soorten. Deze bepalingen voor soortbescherming zijn omgezet in Nederlandse wetgeving in de Flora- en Faunawet.

 

 

Vogel- en Habitatrichtlijngebieden (groen)

Vogelrichtlijngebied (blauw)

Habitatrichtlijngebied (bruin)

 

 

Kustzone gemeente Zijpe


 

Wettelijke regels

 

Voor beschermde inheemse dieren en planten gelden de Algemene verbodsbepalingen.

De belangrijkste artikelen uit de ‘Flora- en Faunawet’ zijn:

 

Artikel 8

Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen.

 

Artikel 9

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.

 

Artikel 10

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

 

Artikel 11

Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

 

 

Vrijstelling ten behoeve van beheer van wateren, waterkanten, oevers en graslanden.

 

Artikel 15

 

1.Van de verboden op het afsnijden, beschadigen en ontwortelen, bedoeld in artikel 8 van de wet, onderscheidenlijk de verboden op het beschadigen of verstoren, bedoeld in artikel 11 van de wet, wordt vrijstelling verleend voor planten of dieren behorende tot een beschermde inheemse plantensoort of een beschermde inheemse diersoort, voorzover de betrokken handelingen worden verricht ten behoeve van het onderhoud van wateren, waterkanten, oevers of graslanden, die niet worden gebruikt in het kader van normale agrarische bedrijfsvoering.

2.De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt slechts voorzover de groeiplaats van de betrokken planten of het leefgebied van de betrokken dieren behouden blijft.

 

Beschermde soorten voorkomend in de Boskerpolder. (ref.8)

 

Amfibieën en reptielen

 

Zandhagedis  Lacerta agilis

 

 

 

Beschrijving

 

De zandhagedis kwam vroeger algemeen voor in de Hollandse duingebieden. Hij kan 20 cm lang worden en leeft van insecten. Zandhagedissen hebben kaal zand nodig om hun eieren in af te zetten. Konijnen en andere gravende zoogdieren kunnen daarvoor zorgen. Als het vrouwtje de eieren in een zelf gegraven holletje heeft gelegd, worden ze verder door de zon uitgebroed. De zandhagedis houdt een winterslaap en doet dit bij voorkeur in een verlaten muizenhol. De soort is geen trekker; een afstand van 2 km tussen twee leefgebieden kan deze hagedis al niet meer overbruggen.

Populaties zijn aangetroffen in het Zwanenwater en in de Pettemerduinen.

Bescherming

 

Flora-en faunawet      : ja

Habitatrichtlijn          : ja, IV (moet strikt beschermd worden)

Rode lijst                    : ja

 

Getuigen

 

Jaap en Hanny Zeeman;  Ben en Gittie de Wit voor Boskerpolder

 

 

 

 

 

 

 

 

Amfibieën

 

Rugstreeppad  Bufo calamita

 

Beschrijving

 

Behalve aan zijn opvallende gele rugstreep is deze tamelijk kleine paddensoort onmiddellijk te herkennen aan zijn voortbeweging. Doordat de achterpoten kort zijn is de rugstreeppad niet tot springen in staat, maar kan hij wel verrassend snel rennen en goed klimmen. Een vluchtende rugstreeppad wordt door mensen dan ook dikwijls voor een muis aangezien. Hij graaft zelf een holletje of verblijft in een verlaten muizengang.

Lengte max. 7 cm

 

 

 

 

Bescherming

Flora- en faunawet     : ja

Habitatrichtlijn          : ja, IV (moet strikt beschermd worden)

Rode lijst                    : nee

 

Getuigen: ref.10, 11 en 12

 

Kleine Modderkruiper  Cobitis taenia    (Ref.9)

Steenbijter of Smeerling

Beschrijving

 

De kleine modderkruiper is een klein visje dat overwegend grijsbruin tot gelig is. Het visje heeft donkerbruine regelmatige vlekken op de flanken. Meer naar de rug toe loopt een stippellijn van bruine vlekjes. Opvallend aan het visje zijn de zes korte bekdraden. Vier daarvan bevinden zich op de bovenlip en twee bevinden zich in de hoeken van de bek. De rug- en staartvin zijn gevlekt. De anaalvin is niet gevlekt.

De kleine modderkruiper kan ademhalen via de darmen.

Het visje voedt zich voornamelijk met algen, wormpjes, insectenlarven en kleine insecten, welke hij uit de modderige bodem filtert.

Een kleine modderkruiper kan ongeveer 8 (mannetje) tot 14 centimeter (vrouwtje) lang worden.

 

Bescherming

Flora- en faunawet     : ja

Habitatrichtlijn          : ja, P, II= prioritaire soort, aanwijzing van speciale beschermingszone is vereist.

Rode lijst                    : nee

 

 

 

Vogels

 

Lepelaar  Platalea leucorodia

 

Beschrijving

 

Het voorkomen van de Lepelaar in Nederland is voor Europa bijna uniek: Behalve op de Balkan en in de Donaudelta komt de soort alleen nog in Zuid-Spanje en bij de Neusiedler See voor.

Foerageren doen de vogels meestal op grote afstand van het broedgebied.

Het voedsel bestaat uit allerlei kleine waterdieren, maar vooral uit visjes (stekelbaarsjes)

In maart of april keren de Lepelaars vanuit de winterkwartieren in Mauritanië en Senegal terug.

 

 

Gebruikt Boskerpolder als foerageergebied.

 

 

 

 

 

 

Bescherming

Flora- en faunawet     : ja

Habitatrichtlijn          : ja

Rode lijst                    : ja

 

 

Getuigen

 

Prov.NH: Natuur in de Kop,

 juni 1997 (ref.10+11)

 

 

 

 

 

 


 

IJsvogel  Alcedo atthis

 

Beschrijving

 

Weinig vogels zijn schuwer dan de IJsvogel en men zal dan ook maar zelden een exemplaar goed waarnemen. Gewoonlijk vangt men op zijn hoogst een glimp van deze prachtige vogel op terwijl hij langs vliegt; een snelle kleurrijke pijl die langs een beekoever schiet.

Opvallend gedrongen bouw met een grote kop. Metaalglanzend blauwgroene bovendelen en roodbruine wangen en onderdelen. Witte keel- en halsvlek, rode poten en lange, dolkvormige snavel.

Geslachten gelijk.

Lengte 16,5 cm.

 

 

 

 

 

 

Bescherming

 

Flora- en faunawet     : ja

Vogelrichtlijn            : ja

Rode lijst                    : ja

 

Deze soort is op grond van de Flora- en faunawet aangewezen als beschermde inheemse soort. Hiervoor gelden de Algemene verbodsbepalingen voor beschermde inheemse soorten dieren en planten (art. 8 t/m 14 )

Daarnaast zijn de volgende regels op deze soort van toepassing:

Beheer en schadebestrijding : Vrijstelling op het gebied van beheer en schadebestrijding is niet van toepassing.

Overige vrijstelling : Vrijstelling ten behoeve van beheer van wateren, waterkanten, oevers en graslanden. ( art.15).

 

 

Getuigen

 

Boskerpolder: Piet Drieënhuizen , Hr.Vos en fam. Zeeman

 

 

 

 

 

Vlinderfeest in de Boskerpolder

 

“Een groote dag”, schrijft Nescio in zijn natuurdagboek als hij uitermate tevreden is over het uitstapje dat hij die dag gemaakt heeft. Ik als lezer kreeg altijd een diep gevoel van tevredenheid, als Nescio weer eens een grote dag had meegemaakt.

Hij maakte ook wel eens een ‘dag van nix’ mee. Gaandeweg ben ik het leven ook gaan indelen in groote dagen en dagen van nix. In navolging van Nescio ben ik een natuurdagboek gaan bijhouden. Af en toe maak ik gewag van een groote dag en soms speelt zo’n dag zich af in de Boskerpolder; zoals op zondag 18 augustus 2002.

Die dag staat als volgt in mijn boekje:

“Zondag 18 aug. Callantsoog

Groote dagen… Het is nog altijd warm en er waait een oostenwind. We hebben S en J te logeren. De vlinderplanten zijn zowat uitgebloeid, maar op de laatste bloemetjes zitten nog altijd veel vlinders: 9 Distel, 5 Alalanta, 5 kleine Vos en 3 Dagpauwogen. Vanochtend vroeg opgestaan, fiets gepakt, gezwommen in zee ( water +/-18ºC ) en daarna de polder in.

Twee velden met luzerneklaver, waarin het voorjaar haver stond. Luzerne wordt ingezaaid als groenvoer, maar was nu vlindervoer; overal vlogen ze rond; honderden kleine vossen, distelvlinders, blauwtjes, witjes maar bovenal: Meer dan twintig oranje luzernevlindertjes!

’s Middags nog een keer gaan kijken (W, H en de kinderen naar het strand ) langs het Boskerweggetje ontdekte ik ineens een purperreiger op precies dezelfde plek als in 1997.

( toen op 17 augustus!) Een grote groene kikker zat roerloos in een greppel en weer vloog er de ene luzernevlinder na de andere… Op de terugweg 15 cascara’s in het land en 16 grote Canadese ganzen in het water. ’s Ochtends óók nog zich opwarmende glassnijders gezien en een boomvalk die een gele kwikstaart probeerde te vangen. Bij het luzerneveld bloeide Akkerwinde, Aardaker en Guichelheil. Groepen snippen raspten in de lucht, er daalde een wolk puttertjes neer en overal rook het naar kamille. Groote dagen, schreef ik al.”

Nu ik dit weer terug lees kan ik bijna niet geloven dat zich dit allemaal op één plek afspeelde.

En de ‘normale’ waarnemingen ( grutto’s, tureluurtjes, kieviten, patrijzen, eenden, ganzen, lepelaars ) vermeld ik niet eens.

 

Toch is het niet verwonderlijk, gezien de grote verscheidenheid aan biotopen die het Boskerpoldertje rijk is. Hooiland, aardappel- of bietenvelden, percelen met graan ( en dus ook luzerne ), weilanden waar koeien, paarden en schapen grazen, volkstuintjes, houtbosjes, dit alles doorsneden door slootjes en greppels met kraakhelder water en omgeven door een grote stromende boezemsloot. Geen wonder dat vogels en andere dieren zich hier helemaal thuis voelen en telkens weer terugkeren. Een purperreiger staat op precies dezelfde plek te vissen als vijf jaar geleden! En de reigers zijn niet de enigen. Mijn zoontje van veertien vist ’s zomers met zijn neef op precies dezelfde plek bij het gemaal als ik met m’n broers zo’n veertig jaar geleden! Alleen de boer die zijn koeien kwam ophalen is er niet meer. En Teun Mooy komt ook niet meer langstuffen op zijn brommertje.

Toen mijn kinderen nog klein waren, richtten we in de zomervakantie altijd een paar tijdelijke aquaria in met visjes, torren, salamanders, slakken en waterplanten, die we met schepnetjes uit de sloot visten. Het Boskerpoldertje was onze beste jachtgrond. Daar vingen we visjes die we nog nooit gezien hadden; een snoekbaarsje, bittervoorntjes met prachtige roze buikjes en uit een schep modder kwamen kleine modderkruipers tevoorschijn.

In de greppeltjes barstte het van de watervlooien en kleine zoetwaterkreeft-jes, aan voedsel geen gebrek! Aan het einde van de zomer lieten we alles weer vrij; kikkervisjes waren intussen kikkertjes geworden en salamandertjes hadden hun kieuwen verloren. Wij gingen dan uitgerust en vol inspiratie terug naar de grote stad. En ik heb altijd gedacht dat mijn kleinkinderen óók visjes zouden vangen bij het gemaal. En dat er in 2047 een purperreiger langs het Boskerweggetje zou staan vissen, omdat zijn ouders hadden doorgegeven; “het Boskerpoldertje, dáár is het lekker rustig!”

En dat kan ook, als het bestuur van de Gemeente Zijpe haar dwaling gaat inzien en de verwoestende bouwplannen afblaast. De dag dat dat gebeurd zal ik in mijn boekje schrijven: “Vandaag is het een groote, groote dag…”

Getuigen: René Windig

 

5. Maatschappelijk draagvlak

 

Bestaande situatie Groote Keeten.

 

Aantal bestaande woningen voor permanente bewoning:   94 stuks

 

Aantal recreatiewoningen en kampeerplaatsen:

Camping Callassande, Voorweg 5a

12 ha. , 340 toer en 174 vast                                     514 stuks

Bungalowpark Sandepark, 163 bungalows               163   ,,

Callantsduyne met 16 appartementen                        16   ,,

Zomerwoningen bij particulieren                               46   ,,

Kamperen bij de boer 2x                                            30   ,,

                                                                                   ------

                                                                       Totaal  769 eenheden

 

Ondernemingen: 1 vliegerwinkel, 1 taxibedrijf annex benzinepomp, 1 restaurantdancing,

 1 garage en 1 pension.

 

Uit bovenstaande aantallen komt duidelijk naar voren dat het aantal bestaande recreatie- eenheden al verre het aantal normale woningen overtreft. De huidige inwoners vinden dan ook dat er al meer dan voldoende recreatie- eenheden in Groote Keeten aanwezig zijn.

Meer van hetzelfde is ongewenst wat duidelijk door handtekeningen wordt ondersteund.

 

Handtekeningen.

 

Eind 2002/begin 2003 heeft een handtekeningactie ruim honderd handtekeningen opgeleverd. De mensen hebben de volgende “brief” ondertekend.

 

Aan het gemeentebestuur,

Laat Onze Boskerpolder Met Rust

Van verschillende kanten bereikte ons het bericht, dat het gemeentebestuur meewerkt bij de planning van een groot bungalowpark in de Boskerpolder.

Ondertekenaars van deze brief, allen wonend in Groote Keeten en omgeving, laten weten daar grote bezwaren tegen te hebben !

Wij hechten er waarde aan dat dit poldertje als natuurgebied behouden blijft.

Verder zijn wij van mening dat nog een bungalowpark naast de al bestaande accommodatie een te grote belasting voor ons dorp en haar bewoners wordt.

Naam:                         Adres:                         handtekening

 

Een ruime meerderheid van de gezinnen in Groote Keeten heeft dit schrijven gesteund.

 

 

Steunbetuigingen.

 

Uit de samenleving komen diverse adhesiebetuigingen. Zelfs de ANBO, Soos 50+, de Wandelclub, Vereniging Sandepark en de Historische Vereniging hebben schriftelijk hun steun tot het openhouden van de Boskerpolder gegeven.

 


6. Een stille getuigenis van een stedeling.

 

Bijna 50 jaar heb ik nu het landschap om Callantsoog mogen beleven. Het heeft mijn leven bepaald. Als jongetje uit het drukke Amsterdam werd ik wekelijks samen met mijn broertje en zus ontvoerd naar een toen voor mij totale leegte en ruimte.

De wolken, de zee, de weilanden, de vogels, de mensen heb ik ademloos tot mij genomen.

Tot op de dag van vandaag bespeur ik een landschap dat manhaftig zich zelf probeert te blijven. Mijn vader werd er gelukkig en geïnspireerd tot het vastleggen van deze oerkrachten op kleine en grote schilderijen en aquarellen.

Wij zwierven door de polders, beleefden avonturen bij de boeren, leerden melken en zagen en hielpen koeien geboren worden. Wij ontdekten de liefde voor het evenwicht in het land en bij hen die het beheerden.

Tijden veranderen. Callantsoog ontwikkelde zich tot een echte badplaats en wij waren ook de badgasten uit de grote stad. Wij mochten deelnemen in bescheidenheid.

Economische bijstellingen op het gebied van toerisme, beheer en gebruik van het landschap leiden tot een zware druk over het denken hoe dit evenwicht bewaard moet blijven.

Want dat jongetje loopt daar nog steeds rond. Het onbezorgde gevoel wat er toen was maakt plaats voor na te moeten denken over het in de hand houden van een ruimtelijk unicum.

Een goed willende organisatie als het Landschap Noord Holland stapt in het vacuüm van weggesaneerde boerenbedrijven. Nieuwe landschappen krijgen een kans. Waterbeheer, flora en fauna worden bijgesteld. De druk door het toerisme neemt toe. De stoelendans om beperkte ruimte is begonnen. Op zich een ontwikkeling die vanzelfsprekend lijkt, maar beangstigt.

Het Boskerpoldertje onder de Helmdijk weerspiegelt tot op de dag van vandaag als geen ander de oerkracht en balans die eeuwenlang noodzakelijk waren om te overleven. De weilanden, de nauwe en brede sloten met wisselende vegetatie en fauna, de waterhuishouding om het gemaal weerspiegelen in al hun eenvoud de kern van dit landschappelijk bestaan. Die eenvoud dreigen we dus nu kwijt te raken. In deze drukke tijden lijkt het wel of men een discussie najaagt die letterlijk geen ruimte meer overlaat voor bezinning. De weilanden worden opgekocht door beleggers. Er worden plannen bedacht achter de tekentafel zonder historisch besef of respect voor de voor ons zo noodzakelijk reflectie over de toekomst van de beperkte ruimte in de kop van Noord Holland.

Nu de dreiging van de verkrachting van dit unieke poldertje toeneemt loop ik, als nog steeds terugkerende stedeling, daar nu met stille ogen rond. Vijftig jaar doet leren kijken en luisteren. Het besef dat dit unieke landschap opgeofferd gaat worden aan een handvol recreanten is onverteerbaar. Natuurlijk gun ik ook hen datgene wat ik heb leren ontdekken. Maar neem deze mensen dan aan de hand.

Ontwikkel een visie waar wij allen voor de toekomst wat aan hebben. Maak een plan waar onze kinderen straks van zullen zeggen dat zij ook met open mond hebben rondgelopen net als ik. Geef het poldertje een boer die van vader op zoon weet wat evenwicht is, die de koeien, schapen en paarden laat grazen. Het gras maait, de vogels ontziet, het hooi doet geuren, de sloten laat leven zoals ze eeuwen hebben gedaan. Daar wordt iedereen beter van. (ref.13)

 

7. Waarom bouwen?

 

Twee redenen om onze BOSKERPOLDER  vol  te bouwen en…….

                                                         waarom die  ONJUIST  zijn.

 

Als zgn.‘zwaar-wegende en doorslaggevendeargumenten om steeds maar nieuwe vakantieparken in onze streek neer  te zetten, worden telkens weer aangevoerd de werkgelegenheid en de kwaliteitsverbetering.

Kijken wij eens naar die werkgelegenheid. Is die structureel (= blijvend) of tijdelijk (alleen tijdens de bouw) en over welk gebied praten wij?

Vast staat, dat van meer recreatiebouw maar een heel beperkt deel van onze bevolking in elk geval direkt en in hoofdzaak (financieel) profiteert. Onderzoek heeft aangetoond dat het hier gaat om ongeveer vijf procent van de totale streekbevolking. De ‘aanhang’ (voornamelijk personeel en toeleveranciers) maakt nog eens vijf procent uit.

Het zij hun vooral gegund, maar negentig procent van de bewoners van onze streek beleeft dus niet rechtstreeks de lusten van deze zich almaar uitbreidende recreatiebouw, doch ervaart veeleer de lasten… (waarop in dit bestek verder niet wordt ingegaan).

 Het overgrote deel van de werkende bevolking in onze streek, die ligt ten westen van het  Noordhollands Kanaal tussen Den Helder en Camperduin, vindt zijn hoofdinkomen in andere branches (handel, nijverheid, overheid, dienstverlening, industrie). Van werkloosheid is praktisch geen sprake. Er worden zelfs grote groepen Duitse Polen aangetrokken.

 

Rapporten toveren met cijfers en grafieken. Wie betaalt, bepaalt…! Maar tot nog toe heeft geen enkel rapport voor onze leefomgeving met duidelijke cijfers onweerlegbaar hard kunnen maken, dat voor dit gebied werkgelegenheid van enige (blijvende) betekenis ontstaat bij uitbreidende recreatiebouw!

De achterliggende jaren volgden wij met name ‘werkgelegenheids-activiteiten’ op oude en nieuwe bungalowparken in onze buurt. Van enig vast werk op die terreinen blijkt nauwelijks sprake. Zeker niet ‘s win-ters en praktisch evenmin voor lokale werknemers. Een enkele parkbewoner komt met zijn aanhanger of busje vanuit een andere streek en neemt een kennis mee om te klussen….

 

‘s Zomers beperkt het werkgelegenheidseffect vanuit de vakantieparken zich hoofdzakelijk tot de winkeliers- en horecasector in de vorm van meer klandizie. Dit is dus het bovengenoemde 10-procentsgroepje zakenlieden, dat daarom krachtig meelobbiet voor meer vakantieparken.

 

Samenvattend kunnen wij vaststellen dat in dit verband het werkgelegenheidsaspect voor een concentratiegebied als Den Helder mag opgaan, maar voor de Zijper bevolking als geheel veel te rooskleurig wordt voorgesteld en in de praktijk aan het overgrote deel daarvan voorbijgaat!

 

 

 

 

De Kwaliteitsverbetering. Als argument pro recreatiebouw een versleten kreet zonder specificatie. Want wat wordt ermee bedoeld?

 

Kijken wij ook hier eens naar de praktijk. Uitgaand van de simpele stelling dat elk nieuw bouwwerk in principe altijd ‘kwalitatief beter’ behoort te zijn dan het voorafgaande oude, kunnen er in het ons resterende groen zo altijd weer nieuwere vakantieterreinen ingericht worden. Al was het alleen al, omdat moderne bouwmaterialen kwalitatief steeds weer beter  zijn dan hun voorgangers.

Onder het motto van “nieuw is altijd beter dan oud” worden nieuwe parken geregeld pal naast oude (‘gedateerde’) parken gezet. Zo zien wij bijvoorbeeld in Den Helder de oude ‘Zandloper’ naast de nieuwe ‘Juliana residence’, in Callantsoog naast de oude ‘Garnekuul’ het nieuwe ‘De Blenck’ en dus onverhoopt straks naast het 60er-jaren ‘Sandepark’ een nieuw ‘Boskerpark’. Zo kan men eindeloos doorgaan tot de laatste grasspriet!

“Groen verdwijnt, waar Bouw verschijnt”. Het kan niet eeuwig opgedeeld worden. Het is een onomkeerbaar proces,  terwijl de recreant hier toch komt voor de rust en de ruimte!

Overigens: blijven die nieuwe parken dan nieuw? Nee, slechts tot het volgende bouwproject.

In bovenstaande trand redenerend  zijn alle voorgaande parken dan plotsklaps gedegradeerd tot ‘kwalitatief verouderd’. Om ‘groen’ te sparen zou het voor de hand liggend zijn die oudere parken dan te slopen om op dezelfde plek plaats te maken voor wat nieuws.

 

 

 

Alleen al financieel  wat problematisch…. Maar zou niet toch eens wat meer naar Renovatie gekeken kunnen worden dan naar steeds weer Nieuwbouw?

 

 

Veel draait in dit verhaal om Rust en Ruimte, maar bovenal om Geld.

Op dit laatste aspect zij gewezen als het gaat om het met rust laten van de Boskerpolder en omgeving. Rust is ook waardevol, is dus geld!

Als onze open Zijper kuststreek straks overwoekerd raakt door recreatiebouw (zie Julianadorp), blijft er niet alleen voor ons, maar ook voor de toerist aan rust en ruimte weinig meer te genieten over.

Zij verdwijnen naar ruimere oorden en laten ons en ons nageslacht zitten met de stenen leegstand. Zo ver hoeft het niet te komen! Ontwikkel de Boskerpolder tot een aantrekkelijk wandelgebied, waar natuur, rust en ruimte nog de baas zijn, als ‘kapitaalgoed’ onmisbaar voor lokale bewoners en bezoekers.


8. Tot slot

 

U heeft de moeite genomen ons verhaal tot hiertoe door te nemen. Dat toont Uw belangstelling aan. En die is het onderwerp waard!

In het voorafgaande hebben wij alle denkbare aspecten en argumenten pro en contra op een rij gezet:

 

 

cultuurhistorie

draagvlak

flora en fauna

werkgelegenheid

mening overheden

kwaliteitsverbetering

nut en noodzaak

 

 

Er valt wellicht meer te zeggen en misschien bent U het niet met alles eens. Dat kan. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Wij menen echter dat er, ook met de helft aan argumenten, nog ruim genoeg geldige redenen overblijven om onze toch zo unieke Boskerpolder voor nu en later te bewaren.

 

 

“Laat de Boskerpolder met rust”

 

 

 


9. Referenties:

 

 

Ref.1

F. Diederik, Schagen

 

 

Ref.2

’t Oge

Hollandse studiën 11

Henk Schoorl, Historische Vereniging Holland.

Hillegom 1979

 

 

Ref.3

Structuurschema Groene Ruimte 2

Samen werken aan groen Nederland

Deel 1, januari 2002.

Min. Van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

 

 

Ref.4

De cultuurhistorie van de Kop van Noord-Holland en Texel

Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland

Provincie Noord-Holland

Haarlem, februari 2002

 

 

Ref.5

Gebiedsplan Kop en Westfriesland

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

Haarlem februari 2001

 

 

Ref.6

Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1989, eerste herziening

Gemeente Zijpe, 1 juni 1999

 

 

Ref.7

Kuststrook

Integrale ruimtelijke visie

Gemeente Zijpe, 1998

 

 

 

 

 

Ref.8

Het Natuurloket

www.natuurloket.nl

LNV en vereniging Onderzoek Flora en Fauna (VOFF)

 

 

Ref.9

www.visserslatijn.nl/vissoorten/

 

 

Ref.10

Natuur in de Kop

Provincie Noord-Holland

Haarlem, juni 1997

 

 

Ref.11

De aangedijkte Landen tussen Den Helder en Petten

Een globale beschrijving van flora en fauna en de effecten van eventuele peilveranderingen

Provincie Noord-Holland

Haarlem, juni 1997

 

 

Ref.12

Stichting Vrijwillig Landschapsbeheer

Den Helder

Gegevens Paddentrek 2002

 

 

Ref.13

Friso ten Holt

Amsterdam